De Groepen Geleide Wapens van de Koninklijke Luchtmacht

ALGEMEEN

Halverwege de jaren ’50 van de vorige eeuw kwam er binnen de Nederlandse krijgsmacht een discussie op gang over de rol die geleide wapensystemen zouden kunnen gaan spelen in de luchtverdediging van West-Europa. In 1957 besloot Nederland een Amerikaans aanbod te accepteren, waarbij grond-lucht geleidewapensystemen aan de Europese NAVO-partners ter beschikking werden gesteld. Het aanbod behelsde in eerste instantie Nike-raketten, een geleide wapensysteem tegen luchtaanvallen door (strategische) bommenwerpers. De Amerikanen boden niet alleen de hardware aan, ook de opleiding van technisch en operationeel personeel voor één NL Nike-bataljon wilden ze voor hun rekening nemen. Kort daarop besloot de minister van defensie het op te richten bataljon onder te brengen bij de KLu. Een besluit met verstrekkende consequenties voor de luchtmachtorganisatie. Naast vliegtuigen gingen ook raketten deel uitmaken van het luchtmachtarsenaal. De slagkracht van de KLu zou vanaf de jaren ’60 voor een niet onaanzienlijk deel bestaan uit geleidewapensystemen. Opmerkelijk daarbij was dat de nieuwe systemen, als onderdeel van  een geïntegreerde bondgenootschappelijke luchtverdediging, voor het leeuwendeel in Duitsland zouden worden gestationeerd. Van 1960 to 1995 leverde de KLu met verschillende Groepen Geleide Wapens (GGWs) – ieder samengesteld uit meerdere GW-squadrons – in Duitsland een belangrijke bijdrage aan de luchtverdediging van het Europese NAVO-gebied. In die periode ontwikkelden de GGWs  zich tot een belangrijke pijler van de KLu.

nike ajax langs de autobahn.JPG

Nike Ajax langs de Autobahn

 

DE LUCHTVERDEDIGING TIJDENS EN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG

 

Kort na de capitulatie van Duitsland, in mei 1945, zijn er vanuit een laagvliegend vliegtuig opnames gemaakt van het gebombardeerde Berlijn. Zo ver het oog reikte zag men slechts verwoeste straten met puin, schroot en kraters. De stad vormde een decor van verwoesting en dood.

Tijdens de oorlog was gebleken dat luchtverdedigingjagers, vanaf de grond geleid met behulp van radar, zware verliezen kon toebrengen aan grote formaties bommenwerpers. Aan de Britten komt de eer toe, als eerste zo’n luchtverdedigingstelsel te hebben ontwikkeld; hun successen in de ‘Battle of Britain’ waren er grotendeels op gebaseerd. Ook luchtdoelkanonnen maakten deel uit van het stelsel. De lua heeft altijd minder tot de verbeelding gesproken, toch hebben de duizenden stukken zware en lichte lua een voorname rol gespeeld. Als voorbeeld gelden de Duitse verliezen aan vliegtuigen boven Nederland in de meidagen van 1940 (ongeveer 350) voor het merendeel (ca 200) veroorzaakt door de lua en ander vuur vanaf de grond. In de meeste landen, waaronder ons land, was de lua ondergebracht bij de landmacht. In Duitsland echter behoorde de lua rond de steden (FLAK) tot de ‘Luftwaffe’ en vormde samen met de dag- en nachtjagers en de radars een geïntegreerde organisatie binnen hetzelfde krijgsmachtdeel, de Duitse constructie was frappant. Immers, de vraag of de grondgebonden luchtverdediging een zaak van de landmacht dan wel de luchtmacht moet zijn, is tot op de dag van vandaag actueel.

 

ONTWIKKELING VAN DE GROND-LUCHT GELEIDE WAPENS NA WO II

 

en Nike Ajax raketGrond-lucht geleide wapens vormen in belangrijke mate een vervolg op de zware lua die aan het eind van zijn technische mogelijkheden was gekomen. De lua kon na de Tweede Wereldoorlog geen gelijke tred meer houden met de ontwikkeling van de strategische bommenwerper. Dankzij straalmotoren konden bommenwerpers hoger en sneller vliegen en raakten zo buiten bereik van de granaten van de zware lua. Het feit dat de zware lua ‘er niet meer bij kon’ leidde tot het idee dat raketten wellicht bruikbaar zouden zijn voor de luchtafweer. Raketten waren sneller dan vliegtuigen en hebben een groter hoogtebereik. De techniek zag zich voor twee belangrijke uitdagingen gesteld: het ontwikkelen van een geschikte raket en het bijbehorende geleidingssysteem.

Nike -01A.jpgDe Nike was een radargeleid wapen. De Nike Ajax werd in 1953 operationeel in gebruik genomen door de ‘US Army’ voor de verdediging van grote steden tegen aanvallen met bommenwerpers op middelbare en grote hoogte. Het bereik was ruim 40 km tot op een hoogte van 21 km. De raketmotor gebruikte vloeibare brandstof terwijl de booster, de eerste trap, vaste brandstof gebruikte. De maximale snelheid was mach 2, aansturing gebeurde via een commandogeleiding-systeem.

De grondapparatuur bestond uit verschillende radars, waaronder één voor het volgen van het doel en één voor het volgen van de raket. De Nike kon slechts één doel tegelijk onderscheppen en had dus een lage vuursnelheid. Gezien het beperkte bereik werd al snel een verbeterde versie ontwikkeld, de Nike Hercules, die een bereik had van ca 140 km en een snelheid van ruim mach 3. Hoewel de Nike verplaatsbaar was kan men niet spreken van een mobiel wapensysteem. Daarvoor kostte een verplaatsing te veel tijd en moeite.

 

OOK OP LAGE HOOGTE: DE ONTWIKKELING VAN DE HAWK

Hawk -01A.jpg

De ontwikkeling van de HAWK kwam voort uit de behoefte van de US Army aan een mobiel luchtverdedigingssysteem dat gelijke tred kon houden met de bewegingen van gemechaniseerde eenheden. In het tijdperk van de propellervliegtuigen had de lichte lua met zijn bereik van ca 3000 meter hier uitstekend voldaan. De verbeterde prestaties van straalvliegtuigen creëerden de behoefte aan luchtafweer over grotere afstanden. Hoe sneller het doel, hoe kleiner het ‘venster’ dat de luchtafweer heeft voor het uitbrengen van vuur, en hoe kleiner de trefkans. Door gebruik te maken van raketten werd dit venster aanzienlijk vergroot en nam de trefkans toe. Overigens behield de lichte lua, mits voorzien van radar, voldoende operationele waarde om te worden ingezet voor luchtverdediging in de voorste linies, waar de HAWK te kwetsbaar was. De HAWK kon meer dan één doel tegelijk onderscheppen en was in staat doelen op lage tot zeer lage hoogte te bestrijden. De HAWK-raket had een maximumsnelheid was mach 2,5,  een afstandsbereik van 40 km, een hoogtebereik van 18 km en een minimale onderscheppinghoogte van minder dan 30 meter. Het wapensysteem was in staat snel te verplaatsen: binnen één uur was de batterij marsgereed en na aankomst op de nieuwe locatie was het systeem binnen een uur weer inzetbaar.

De geschiedenis van de geleide wapens in Duitsland is nauw verweven met het geïntegreerde luchtverdedigingstelsel van de NAVO in Europa. De ideeën die aan dit stelsel ten grondslag lagen, de opbouw ervan en de tactische werkwijze hebben in hoge mate bijgedragen tot het uiteindelijke ‘gezicht’ van de Nederlandse eenheden in Duitsland.

 

NATIONALE PLANNEN TEGEN DE ACHTERGROND VAN DE KOUDE OORLOG

concisewesternciv-comDe Koude Oorlog bereikte midden jaren ’50 een van zijn hoogtepunten. West-Europa was een belegerde vesting; een aanval van de Sovjets werd als een reële mogelijkheid beschouwd, dit maakte de geesten rijp voor nauwe samenwerking in NAVO-verband en aanzienlijke inspanningen voor de gezamenlijke defensie. De KLu omvatte twee operationele commando’s: het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL) en het Commando Luchtverdediging (CLV). Het CLV had behalve luchtverdedigingjagers ook de tot de landmacht behorende territoriale lua onder operationeel commando. Een gegeven dat van invloed zou zijn op de vraag bij welk krijgsmachtdeel de geleide wapens zouden moeten worden ingedeeld.

In het voorjaar van 1957 boden de Amerikanen aan een bataljon Nike-raketten, inclusief opleiding personeel, ter beschikking te stellen mits Nederland deze eenheid zou gebruiken voor geïntegreerde verdediging. Het Amerikaanse aanbod maakte de vraag actueel welk krijgsmachtdeel dit wapen in zijn inventaris moest krijgen: de landmacht of de luchtmacht? Bij de lua waren al hoge verwachtingen gewekt o.a. omdat de zware lua moest verdwijnen. Er waren zelfs al enkele lua-officieren opgeleid voor geleide wapens. Maar ook de luchtmacht had argumenten. Het Comité Verenigde Chefs van Staven besloot in 1957 dat de KLu moest worden belast met het formeren van het Nike-onderdeel. De volgende overwegingen gaven de doorslag. Ten eerste was de KLu belast met de verantwoordelijkheid voor de luchtverdediging. Ten tweede behoorde de lua weliswaar tot de landmacht maar stond ze onder operationeel bevel van de luchtmacht. Ten derde vertoonden geleide wapens veel overeenkomsten met vliegtuigen en moest het personeel van de luchtmacht beter in staat worden geacht de hoogwaardige technologie onder de knie te krijgen. In 1958 werd een begin gemaakt met de opleiding van personeel voor de Eerste Groep Geleide Wapens (1 GGW), daarnaast verscheen een ander type raket aan de horizon, de HAWK. Aangezien Nederland de verplichting kreeg opgelegd dat de helft van het aantal Nederlandse GGWs geschikt moest zijn voor het bestrijden van doelen op lage hoogte werd de HAWK-luchtdoelraket besteld en kwam het Nederlandse aandeel in de geleide wapengordel op vijf SAM-eenheden, twee Nike- en drie HAWK-groepen, alle in te delen bij de KLu en bestemd voor de Forward Missile Intercept Zone in Duitsland. Dankzij het doordachte concept van het wapensysteem, wat voortdurende modernisering toeliet, werd de HAWK een van de meest verbreide wapensystemen in de westerse wereld.

 

DE NIKE TERLOOPS NUCLEAIR

Nike_Hercules_Crete.jpgHet gezicht van de Koude Oorlog werd vooral bepaald door de dreiging met nucleaire wapens. Voordat de intercontinentale ballistische raket de belangrijkste wapendrager werd, was het vooral de strategische bommenwerper die deze rol vervulde. Zowel de Nike als de HAWK waren in principe geschikt om te worden voorzien van een nucleaire lading. Maar waarom zou men daarmee een grond-lucht wapen uitrusten?

De HAWK, primair bedoeld voor de korte afstand en lage hoogte, had als nucleair wapen weinig gebruiksmogelijkheden. De inzet zou te riskant zijn voor eigen troepen. Voor de Nike lag dat anders. Grote formaties bommenwerpers op grote hoogte vormden lonende doelen voor nucleaire Nikes. Het paste geheel in het strategisch denken van de jaren ‘50 om deze formaties, die waarschijnlijk atoombommen aan boord hadden, ook met nucleaire wapens te bestrijden. Door nuclearisering van de luchtverdediging kon men de overlevingskans van formaties, maar ook van individuele aanvallers drastisch reduceren. De tegenstander wist dit. Het beperkte de optie van een massale aanval op grote hoogte. Een ander argument voor een nucleaire Nike was de mogelijkheid om er gronddoelen mee te bestrijden. De Nike kon worden ingezet als langeafstandsartillerie met een hoge graad van nauwkeurigheid. Voldoende redenen voor de Amerikanen om een nucleaire versie te ontwikkelen. In zekere zin compenseerde het nucleaire wapen de beperkingen in vuurkracht en trefzekerheid van de eerste generatie geleide wapens. In december 1957 accepteerde Nederland een aantal nucleaire taken waaronder die voor de Nike. Op 1 november 1959 werd 1 GGW opgericht.

 

 

KEUZE VOOR GELEIDE WAPENS NAAST JACHTVLIEGTUIGEN

Het voordeel van geleide wapens is de korte reactietijd na signalering van mogelijke vijandelijke indringers. Ook is door de hoge snelheid van raketten snelle uitschakeling van de doelen mogelijk. Vliegtuigen hebben meer tijd nodig om te starten en zelfs als ze in de lucht zijn is er tijd nodig om ze naar het doel te leiden. Het nadeel van geleide wapens is het relatief korte bereik in vergelijking tot dat van vliegtuigen. Er is een vrij groot aantal lanceeropstellingen nodig om een groot gebied te bestrijken.

Op initiatief van de Verenigde Staten ging de NAVO ertoe over om van Noord- tot Zuid-Europa binnen het gehele NAVO-gebied geleidewapen gordels in te richten. Deze gordels liepen van noord Noorwegen tot in zuid Turkije en vanaf 1959 werden de onderdelen die de luchtverdediging vormden operationeel. De meeste lidstaten van de NAVO deden hier aan mee. Frankrijk trok zich in de jaren zestig terug uit de NAVO-bevelsstructuur en stelde geen eenheden meer beschikbaar. Aan de andere kant van het IJzeren Gordijn volgden de lidstaten van het Warschau Pact de NAVO-ontwikkelingen op identieke wijze.

 

INDELING

Het West-Duitse luchtruim werd door de NAVO van oost naar west als volgt verdeeld:

Low-level Missile Engagement Zone (LOMEZ).

Ca. 50 km diep, direct achter het IJzeren Gordijn. Hier werd het HAWK-systeem ingezet.

High-level Missile Engagement Zone (MEMEZ/HIMEZ).

Ca. 100 km diep,  west van de LOMEZ. Inzet Nike Hercules, deels met atoomkoppen uitgerust.

Fighter Engagement Zone (FEZ).

Ten westen van de Missile Engagement Zone, het luchtruim voor de luchtverdedigingsjagers.

https://www.usarmygermany.com/Units/Air%20Defense/NATO%20-%20Integrated%20AD%20Central%20Region%201960s.jpg

NEDERLAND

Nederland schafte zoals hiervoor vermeld de Nike Ajax en zijn opvolger de Nike Hercules aan. Voor laagvliegende doelen werd de HAWK aangekocht. Vervolgens werden in de Bondsrepubliek de Geleide Wapen Groepen (GGW) opgericht. Twee Nike-groepen (1 en 2 GGW) en 3 HAWK-groepen (3, 4 en 5 GGW). Elke groep bestond uit 4 squadrons. De Nike-groepen werden ondersteund door een centraal gelegen Groep Techniek en Materieel Geleide Wapens (GTMGW in Hesepe) als onderhoud en logistieke eenheid. Bij de samenvoeging tot 12 GGW is deze eenheid als zelfstandig onderdeel opgeheven en toegevoegd aan 12 GGW. De HAWK-groepen hadden elk hun eigen decentrale onderhoudseenheid (Distributed Support Unit. DSU).

Iedere Nike groep was voorzien van een Group Operations Center (GOC). Van hieruit werd het operationele commando gevoerd over de ingedeelde squadrons. De Nike GOC's beschikten over een eigen langeafstandsradar en elektronische controle en (digitale) verbindingsmiddelen voor  informatieverstrekking en commandovoering. De HAWK-groepen hadden een Battalion Operations Center (BOC) en hadden slechts eenvoudige verbindingsmiddelen ter beschikking. De groepen waren via de GOC/BOC's ingebed in de commandostructuur van de NAVO. In geval van het uitvallen van de commandostructuur konden de squadrons zelfstandig opereren.

Iedere groep had ook een groepshoofdkwartier (GHK). Hier zetelde de groepscommandant met zijn staf. Een Nike GHK was altijd samen met een squadron en een GOC gepositioneerd.

 

De Nike Groepen Geleide Wapens

 

 

1 GGW

2 GGW

12 GGW

Operationeel

 01-11-1959 tot

15-05-1975

08-04-1963 tot

15-05-1975

15-05-1975 tot

01-04-1988

GHK/GOC

Münster-Handorf

Schöppingen

Hesepe/Vörden

Uitrusting

Nike Ajax en Hercules

Nike Hercules

Nike Hercules

Squadron

118 Vörden
Aanvankelijk A-squadron

220 Schöppingen

118 Vörden

Squadron

119 (B) Handorf

221 Erle

220 Schöppingen

Squadron

120 (C) Borgholzhausen

222 Nordhorn

120 Borgholzhausen

Squadron

121 (D) Bad Essen

223 Rheine

223 Rheine

Paraatheid

Tijdens de Koude Oorlog leverde een Nike-GGW de volgende operationele paraatheid:

·       Eén squadron dat binnen 15 minuten een raket kon afvuren.

·       Twee squadrons die binnen 3 uur een raket konden afvuren.

·       Eén squadron dat binnen 12 uur een raket kon afvuren.

·       Het GOC was doorlopend paraat.

 

Ieder squadron had 3 vaste locaties:

·       het kamp (GHK of GLK) was voor de squadronstaf en/of groepsstaf en de verzorgende/ ondersteunende eenheden

·       de Integrated Fire Control (IFC) was voor de vuurleiding, ingeval van een GOC was hier ook het GOC gevestigd

·       de Launch Area (LA) was de lanceeropstelling

 

De HAWK Groepen Geleide Wapens

 

 

3 GGW

4 GGW

5GGW

Operationeel

 15-08-1963 tot

01-07-1994

01-10-1963 tot

01-07-1975

01-09-1966 tot

01-07-1995

GLK/BOC

Blomberg

Hessisch Oldendorf

Stolzenau

Squadron

324 Laatzen (Aerzen)

420 Barsinghausen

500 Borstel

Squadron

326 Velmerstot

421 Bad Münder

501 Winzlar

Squadron

327 Dörentrup-Schwelentrup later Goldbeck

422 Goldbeck

502 Hoysinghausen

Squadron

328 Schwalenberg

423 Reinsdorf

503 Steyerberg later Reinsdorf

Tijdens oefeningen en bij crisis werd een HAWK-groep mobiel en ging letterlijk "de wei in".

 

Reorganisaties

Jaren zeventig

Met de defensienota 1974 werden de geleide wapen groepen gereorganiseerd. GTMGW en 4 GGW werden opgeheven en 1 en 2 GGW werden samengevoegd tot 12 GGW, onder gelijktijdige afstoting van 4 van de 8 Nike-squadrons. Het materieel van 4 GGW werd verdeeld over 7 militaire vliegbases in Nederland ter verbetering van de luchtverdediging. Het materieel van de afgestoten Nike-eenheden diende gedeeltelijk te worden teruggegeven aan de Amerikanen, omdat het materieel van één Groep in het kader van MDAP was verstrekt. De rest werd verdeeld over de resterende squadrons.

 

Jaren tachtig

De defensienota 1984 voorzag toekomstige invoering van het Patriot wapensysteem, in de tweede helft van de plantermijn (i.c. 1988-1993), ter vervanging van de Nike Hercules. Om nog efficiënter gebruik te maken van de wapensystemen werden de HAWK en Patriot systemen samengevoegd. 3 en 5 GGW bleven elk met 2 Patriot- en 2 HAWK-squadrons operationeel. 12 GGW werd in 1988 opgeheven.

 

Jaren negentig

Na het einde van de Koude Oorlog was het economisch niet langer verantwoord grote aantallen Nederlandse troepen in Duitsland te handhaven. Voortvloeiend uit de prioriteitennota van 1993 werden alle resterende geleide wapens overgebracht naar vliegbasis De Peel bij Venray en samengevoegd in 4 squadrons bij de Groep Geleide Wapens De Peel (GGWDP).

In de nieuwe squadrons waren Patriot, HAWK en FIM-92 Stinger geïntegreerd als zogenaamde TriAD-eenheden (Triple Air Defense), waardoor betere samenwerking van wapen- en vuurleidingssystemen mogelijk werd.

 

Na 2000

In 2003 werd het inmiddels verouderde HAWK systeem uitgefaseerd, in 2004 werd het systeem verkocht aan Roemenië.

 

Heden

De luchtverdediging van de luchtmacht bestond sinds 2004 uit vier Patriot-systemen verdeeld over het 802 en 803 Squadron met in totaal 160 MIM-104 Raytheon Patriot PAC-2-raketten. Er zijn in 2007 32 Patriot PAC-3-raketten en 4 extra launchers aangeschaft die tevens in staat zijn ballistische raketten te onderscheppen. Daarmee heeft ieder van de vier systemen 6 launchers, waarvan 2 geschikt voor PAC-3-raketten.

Vanaf 2006 heeft het Commando Luchtdoelartillerie (CoLua) van de Koninklijke Landmacht gefaseerd de luchtmachtbasis De Peel betrokken om zo de eerste stappen richting integratie van de luchtverdedigingssystemen van land- en luchtmacht te realiseren. Aansluitend is in 2009 de invoer van nieuwe en moderne luchtverdedigingssystemen bij het CoLua voltooid. Met deze systemen biedt het CoLua bescherming van (eigen of geallieerde) troepen, objecten en gebieden tegen luchtdreiging op zeer lage tot middelbare hoogte (beneden 7500 meter).

 

Einde zelfstandig GGW

Eind 2009 heeft de Commandant der Strijdkrachten besloten de Groep Geleide Wapens van de luchtmacht en het Commando Luchtdoelartillerie van de landmacht samen te voegen tot één Commando Grondgebonden Luchtverdediging, onder de operationele verantwoording van de Commandant Landstrijdkrachten. In 2012 is de GGWDP, de laatst overgebleven Groep Geleide Wapens van de KLu opgeheven.

 

 

 

 

 

 
   
© © EMBEESOFT - Webmaster M.M. Baaijen

Zoeken